Lees iedere dag je favoriete kranten en tijdschriften
Gratis, overal en dat blijft ook zo. Meld je aan en mis niets!
4258 keer gelezen
‘Jeugdbende’ de Haagse Wildhoef Kikkers - Reunie
Door De Oud-Hagenaar - 09 nov
Allerlaatste reünie op 24 oktober was op het tennispark Berg en Dal. De roemruchte Haagse Wildhoef Kikkers waren een jeugdgroep die bestaan heeft van ongeveer 1961 t/m 1965. Het was één van de vele ‘jeugdbendes’, zoals ze in de pers werden genoemd, die Den Haag maakten tot een soort Nederlands decor van de West Side Story. Op 24 oktober wordt hun allerlaatste reünie gehouden op het tennispark Berg en Dal. Keurig dus!
Den Haag eind jaren vijftig, begin jaren zestig. Voor een juist tijdsbeeld ontkom je er niet aan om een sfeerimpressie te geven van de Haagse jeugdcultuur, die de voedingsbodem was voor groepen als de Wildhoef Kikkers. Op 30 november 1959 vond er één van de eerste teenager feesten in Nederland plaats in de grote zaal van de voormalige Haagse Dierentuin. In Den Haag werden bandjes opgericht zoals TheTornado’s die later wordt omgedoopt tot The Golden Earrings. Maar ook René and the Alligators, The Crazy Rockers, Ricochets, The Jumping Jewels en vele anderen. In de Haagsche Courant stond wekelijks een overzicht van alle optredens in de rubriek “Beat-waar?”. Volgens journalist Leo van der Velde had iedere Haagse school een favoriete band. The Golden Earrings waren bijvoorbeeld erg populair op de Anne Frank Mulo, waar sommige bandleden zelf ook op zaten. The Entertainers hadden hun fans zitten op het Dalton en de Populier-HBS terwijl leerlingen van de Bezemstraat- Mulo weer meer fan waren van The Ricochets (later The Motions). Ook de meisjes roerden zich; er waren enkele meisjesbeatbands zoals The Amiola-Girls en de Ladybirds met onder andere Jacky Roemers én Cesar Zuiderwijk. Door deze hausse aan bandjes noemde Den Haag zich met recht dé beatstad van Nederland. Kikkers tegen de Bullen Den Haag had volgens de bronnen uit die tijd last van een rumoerige jeugd. In de jaren vijftig en zestig is Den Haag berucht om de oudejaarsavondrellen waarbij in veel straten huizenhoge stapels kerstbomen worden gemaakt die in de hens worden gezet. Een ander fenomeen waren de jeugdbendes. In de jaren zestig vonden er geregeld gevechten plaats tussen groepen jongeren die men grofweg verdeelde in ‘Kikkers’ en ‘Bullen’. Kikkers hadden lang haar, droegen broeken met wijde pijpen, groene parka’s of oude PTT jasjes zonder de letters PTT erop, droegen schoenen van het merk Clarks en reden op een Puch met hoog stuur en zweefzadel. De Bullen waren de nozems met vetkuiven, droegen bomberjacks en reden op buikschuivers (Kreidler en Zundapp) of op Puchs met een buddysit. Een bekende Bullen-bende was ‘de Plu’. Een karakteristiek van de Plu was dat ze voornamelijk van Indische afkomst waren. Journalist Leo van der Velde schrijft in de Haagse Courant: “plotseling gingen jongeren op de vuist, niemand wist hoe het kwam”. Delen van de stad zoals de Bosjes van Pex, de Bosjes van Poot, rond de Fahrenheitstraat, in de omgeving van de Sportlaan en in de binnenstad werden beruchte plekken. In de binnenstad wilden groepen jongeren nogal eens door warenhuizen als Vroom en Dreesmann en de Bijenkorf heen razen. In de Bijenkorf werd beveilingspersoneel ingezet om de roltrappen te vrijwaren van klierende jongeren. De samenstelling van de Haagse bendes leek veel gebaseerd te zijn op buurt, school en afkomst. Muziekvoorkeur De Wildhoef Kikkers waren dol op de nieuwe beatmuziek die uit Engeland kwam. Van de buitenlandse bands hadden The Beatles en Stones de voorkeur. Ze bezochten natuurlijk het optreden van The Beatles in Blokker, en dat van de Stones in het Kurhaus. Uiteraard gingen de Kikkers met z’n allen naar de eerste Beatlesfilm A Hard Days Night in de toenmalige bioscoop West-End in de Fahrenheitstraat. Ze waren met zo’n grote groep dat ze deze film meerdere keren achter bekeken. De suppoosten keken wel uit om ze dit te verbieden. Platen met beatmuziek waren al vrij snel gemakkelijk te krijgen en veel Kikkers bezaten ze ook, evenals een pick-up. Ze draaiden hun plaatjes thuis en op feestjes. Op die feesten, maar ook in uitgaansgelegenheden zoals De Haard in de Daguerrestraat en de oude Marathon aan de De Savornin Lohmanlaan werd veel gedanst. Ook ‘s nachts waren de Kikkers af en toe samen. “Wij wilden gewoon lekker op het strand zitten, een paar gitaartjes erbij en daar blijven slapen als het kon. Mocht niet van de politie, maar het gebeurde toch”. De jongens bleven vaak slapen bij iemand wiens ouders op vakantie waren. De meisjes kwamen daar dan overdag en ‘s avonds naar toe. “Was heel gezellig. We ruimden op, maakten eten, er werd gezongen. Verder plaatjes draaien en kletsen.” De meeste kikkers rookten en dronken bier, ook de meisjes. Dronkenschap was geen regel, maar kwam wel eens voor Uit goede gezinnen Kikkers woonden bij hun ouders thuis. Ze waren vooral afkomstig uit vaak gegoede gezinnen. Veel Kikkers zochten geen rechtstreekse confrontatie met hun ouders, maar gingen gewoon hun eigen gang. “De meeste van onze ouders wisten niet eens wat we deden. Ik ging gewoon weg als ik m’n huiswerk gemaakt had”. Zij kwamen daar pas achter, toen een aantal Kikkers door de politie was opgepakt en de ouders hun zoon of dochter op het bureau moesten komen afhalen. Ze waren bepaald niet gelukkig met de activiteiten van hun kinderen: “mijn moeder schaamde zich dood”. Zij waren bang in opspraak te komen in hun buurt en familie, het spoorde niet met hun goede baan en fatsoenlijk aanzien. Robert Mindé romin@ziggo.nl
2858 keer gelezen
Met 200 Puchs werden de Newton Boys opgewacht
Door De Oud-Hagenaar - 09 nov
Kikkers waren scholieren: “Iedereen zat op school”. Ze volgden vooral de hbs, mulo of gymnasium. Er werd vaak gespijbeld om op het strand te kunnen zitten. In het algemeen was de kikkercultuur vrolijk en zorgeloos. Daar was ook alle reden toe. “We hadden allemaal brommers, vooral Puch, mooie kleren en geld. De bomen groeiden tot in de hemel. De nieuwe muziek, vrijheid. Alles werd losser, de zeden vooral”.
Kikkers vormden groepen met een eigen territorium. Iedere groep had zijn erkende leider. Na enkele schermutselingen werd al snel de aanvoerder van de grootste groep, de Wildhoef geheten naar hun trefpunt, stilzwijgend de leider van alle Kikkers. Kikkers waren “eigenlijk een heel vredelievende beweging”. Toch werd er heel wat af geknokt tegen de kuiven. “We werden gewoon uitgedaagd... zij zochten ons op”. Evenals kuiven bezaten Kikkers het nodige wapentuig, zoals boksbeugels, knuppels en messen. Dat was vooral om de eigenaar status en moed te geven, maar het werd soms ook gebruikt. Van een vredelievende beweging werden de Kikkers een geduchte tegenstanders, al “zaten er eigenlijk maar tien tot twintig keiharde knokkers in. De rest sjouwde er meestal wel achteraan als er wat aan de hand was”. Maar door het grote aantal waren ze zeer indrukwekkend om te zien. Hoewel sommige Kikkers afhaakten, omdat ze het te gevaarlijk vonden, vonden de meeste het wel wat hebben. “Knokken was een spel, grotendeels, het was vertier, en ook spannend”. Agent Ome Sjaak De meisjes vochten niet mee en gingen meestal weg als het op knokken aankwam. “Dan was je in Scheveningen en dan kwam er zo’n hele kliek aan en dan voelde je, dit gaat niet goed. Dan moest je maken dat je wegkwam... Dan schoot je bij iemand achterop die net voorbijkwam”. De meisjes bleven er wel bij als er op thuishonk De Wildhoef werd gevochten. Twee mannen die tegen elkaar vechten en wij met z’n allen eromheen...leek West Side Story idee. De Kikkers werden aanvankelijk door de politie tegen de kuiven beschermd. Waar de Kikkers op het strand naast de afgang van de De Savornin Lohmanlaan zaten was een politiepost. “De dienstdoende agent (ome Sjaak) waarschuwde ons als de Bullen er aan kwamen. Ze zagen ons minder als tuig. Daar waren we ook helemaal niet ongelukkig mee”. De goede relatie met de politie raakte echter na een avondlijke politie-overval op het strand voorgoed verstoord. “We hadden een kampvuurtje en er zaten wat jongens gitaar te spelen en er werd gedronken en gevreeën en in een mum van tijd zag het ineens in de duinen zwart van de agenten...Zonder enige aanleiding begonnen die te hakken en te slaan. Onze harde kern sloeg terug. Nou, toen mochten we daar nooit meer zitten...Toen gingen ze op ons letten”. De geur en smaak van die tijd wordt voorts opgeroepen door een verslag uit de Haagsche Courant van april 1965. “Naar schatting tweehonderd jongens stonden op Puchs (dubbel bezet) klaar bij het Wildhoef hoofdkwartier in de Bosjes van Pex om de gehate vijand van de Newton Boys (een bende uit de omgeving van het Newtonplein) voor eens en voor altijd een lesje te leren. (...) De horloges werden gelijk gezet en om 20.00 uur werd de massale aanval door de Kikkers ingezet. Voetgangers, fietsers en auto’s hielden stil toen de enorme armada van Puchs uit de Bosjes van Pex te voorschijn kwam. (...) De Newton Boys werden volkomen in de pan gehakt. Voor de meeste Newton Boys er erg in hadden wat er eigenlijk aan de hand was, waren de Kikkers al weer op weg naar de Bosjes van Pex, waar ze werden onthaald door de daar achtergebleven meisjes. (...) Overigens geen politie gezien die avond, zou die gedacht hebben, zo dat hoeven wij niet meer te doen. De Wildhoef Kikkers had prominente Hagenaars in hun gelederen zoals Rinus Gerritsen en George Kooijmans van de Golden Earring, Peter de Ronde van de toenmalige Golden Earrings, Klaas van der Wal van Shocking Blue (en nu ereburger van Den Haag), Peter de Looff van The Scarlets, Peter Vink van Q ‘65, kunstenaar Eric Dordrechter, journalist Leo van der Velde, discotheek Westwood oprichter Hans Wiesman, enz. . Zij allen worden uiteraard ook uitgenodigd voor de komende reünie, het evenement waar nu al door velen reikhalzend naar wordt uitgekeken. ‘De vrede van Den Haag’ Tot nu toe hebben de Wildhoef Kikkers 7 x een reünie gehouden. De meeste aandacht (zelfs internationaal) trok de verzoeningsreünie tussen de Kikkers en de Plu in 1997 in de toenmalige Houtrust Rotonde, in het vredesakkoord genoemd “De vrede van Den Haag”. Nog vermiste Kikkers De reünie commissie heeft besloten om de slotreünie te houden op tennispark Berg en Dal. Voor het te laat is - er zijn er al (te) veel overleden - willen ze elkaar nog één keer zien en spreken. Er worden tussen de 150 en 200 personen uitgenodigd, nu (bijna) zeventigers en opa’s/oma’s. Zij komen voor het merendeel uit Den Haag, maar ook uit de rest van Nederland, Mallorca, Frankrijk, Duitsland, Zuid Afrika, Amerika, Spanje, Engeland, België, Mexico en Venezuela. Met aanhang mee zal het aantal personen uiteraard behoorlijk toenemen. Er speelt een live band uit die onvergetelijke jaren 60 (The Scarlets), er is een tentoonstelling en een stand van Museum RockArt uit Hoek van Holland. De reünie zal geopend worden door burgemeester Jozias van Aartsen. Organisatoren van deze reünie zijn Rob Mindé, Carla Mispelblom Beyerde Roo en Rinus van Gent. Er zijn nog ‘vermiste’ Wildhoevers t.w. Peter Admiraal, Ger Adams, Rob Ernst, Marian Janse, Paul Kamminga, Jean Paul Knaap, Frits Lochmans, Pien Meelker, Inge Mollevanger, Rob Mooiman, Dick Pieneman, Annie van Rossum, Wouter Sinnema Hans Spruyt en Jetteke de Visser. Informatie over hen is van harte welkom , gelieve kontakt op te nemen met Rob Mindé via mail: romin@ziggo.nl Meer in o.m. het boek: Haagse Jeugdbendes De Plu en de Kikkers, door Rob Mindé en John van Prehn.
2432 keer gelezen
IJsschotsen voor de kust in de winter van 1963
Door De Oud-Hagenaar - 29 feb
Vanaf Kerst 1962 waren de straten bedenkt met een dikke laag sneeuw. Het vroor dat het kraakte, het ijzelde, een gure koude wind, onbegaanbare wegen. Kortom alle ingrediënten waren aanwezig om deze winter bij te schrijven in de meest wrede sinds mensenheugenis.
Het klimaat kan dan best veranderen volgens sommige wetenschappers; over het tempo waarin dat geschiedt zullen de meningen verschillen. Vijf jaar geleden was het leven in Den Haag nog enkele weken behoorlijk ontwricht door de sneeuwbuien die een winters tapijt over de stad legden. Bloemen op ramen In 1962 en 1963 waren de tijden ook wat anders. De meeste mensen zaten in de winter gezellig bij hun kolenkachel in de woonkamer. In de slaapkamertjes was het koud en stonden de bloemen op de ramen. Herkent U dat nog? 's Ochtends wakker worden en dan kijken door een opgevroren raam of er nog sneeuw was bijgekomen? Eerst een klein hoekje ijs wegkrabben en dan had je redelijk zicht op de donkere straat. Het had voor kinderen best wel iets spannends. Flink aangekleed om door de sneeuw een weg te vinden naar school, waar ook regelmatig problemen waren met de kachel. Moeder breidde onafgebroken braaf de truien die enig soelaas boden tegen de winterse kou. Auto's op straat Binnenshuis waren destijds de omstandigheden anders dan heden, maar ook buitenshuis. Auto's werden vanwege de sneeuw vaak ver van de stoeprand geparkeerd. De politie waarschuwde tegen dit fenomeen, omdat een dergelijk vehikel een sta in de weg was voor een medeweggebruiker. Het paard van de groeteboer had het er maar zwaar mee. Die winter duurde ook zolang! Met vriestemperaturen van -15 graden! Over de gevoelstemperatuur werd toen nog niet gesproken, maar het leek alsof je op de Noordpool was. De politie reed in de vertrouwde kevertjes door de straten en riep de bewoners op hun stoepen sneeuwvrij te houden. Sommige bewoners vonden het legen van de asla van de kachel voldoende om de gladheid te bestrijden. Ieder deed zo zijn best om het leven te vergemakkelijken. Reiniging De Reiniging had 27 strooiwagens waarmee de verkeerswegen begaanbaar moesten worden gemaakt en gehouden. Zowel zout als zand werd vanaf de wagens gestrooid. Die afgeschreven strooiauto's waren rond de veertig jaar oud! Het beste was er vanaf en ze werden aan het einde van de winter dan ook vervangen. Een bedrag van ruim 33.000 gulden was ervoor uitgetrokken. Al doende leert men, moet er bij burgemeester en wethouders zijn gedacht! Ook de zeven strooiers voor de rijwielpaden konden het werk niet aan. Materieel werd in ijltempo omgebouwd. Schuivers ervoor, strooiers er achter en rijden maar. Ondertussen deed de kolenboer zijn best al zijn klanten van brandstof te blijven voorzien. Het sneeuwkwartje: een toeslag van 25 cent op een mud kolen kon niet uitblijven. Er moest zo ontzettend hard gewerkt worden. Noordzee Een mooie toeristische trekpleister was het aanschouwen van de ijsschotsen op het strand en rond de Pier. Soms hele opgestapelde wanden van ijs. Een prachtig gezicht. Koud ja, dat wel! Met vele graden onder het vriespunt en een koude wind keek je naar het prachtige natuurverschijnsel, dat zo weinig voorkomt. Zou de Noordzee dicht kunnen vriezen, vroegen wetenschappers zich af? Voor de Hagenaars en Scheveningers was het een prachtig gezicht. Bij de ijsschotsen zat ook veel drijfijs dat afkomstig was van de rivieren. Maar het winterse plaatje bleef er één om nooit te vergeten!
Meld je vandaag gratis aan